Waarom moet ons voedselsysteem op de kop?
Ons voedselsysteem in de wereldwijde crisis
Soms weten we niet welke weg ons voedsel al heeft afgelegd voordat het bij ons aankomt. Waar komt het eten vandaan? Onder welke omstandigheden en waar wordt het geproduceerd, verwerkt en op de markt gebracht? De oorsprong van ons voedsel is tegenwoordig vaak onduidelijk: de toeleveringsketens zijn geglobaliseerd en het meeste voedsel wordt op de wereldmarkt verhandeld en verkocht in grote supermarkten. Maar waarom eigenlijk? Wat betekent dit voor ons als consument en producent? En welke problemen brengt het huidige voedselsysteem met zich mee?

Voedsel in zware concurrentie
Tegenwoordig wordt ons voedsel geproduceerd en verhandeld binnen een geglobaliseerd voedselsysteem. Terwijl producenten en consumenten vóór de industrialisatie elkaar rechtstreeks ontmoetten, zijn de wereldmarkten tegenwoordig anoniem en worden stad en platteland door velen als aparte ruimtes gezien. De producerende bedrijven worden geconfronteerd met zware concurrentie op de wereldmarkt en worden vaak gedwongen om te groeien of te stoppen. Landbouwgrond is een object van speculatie geworden op de internationale financiële markten en voedsel belandt als biobrandstof in de tank in plaats van op het bord. De productie en verwerking ervan zijn niet langer gebaseerd op de behoeften van mensen, maar dienen vooral de winstbelangen van wereldwijde ondernemingen. Dit heeft verwoestende gevolgen voor mens, dier en milieu.
Twee kanten van dezelfde medaille: honger en obesitas
Hoewel er wereldwijd voldoende voedsel wordt geproduceerd om 12 tot 14 miljard mensen te kunnen voeden, lijden meer dan 2 miljard mensen aan honger en ondervoeding. In veel gevallen hebben kleine boeren niet voldoende toegang tot land, water en zaden. Of ze verliezen hun bron van inkomsten door de zwaar gesubsidieerde voedseloverschotten uit Europa en de VS, die als goedkope import de lokale markten in zuidelijke landen verwoesten. Aan de andere kant bepalen snacks en kant-en-klaarmaaltijden de eetgewoonten van veel mensen in het mondiale noorden en steeds vaker ook van de middenklasse in het mondiale zuiden. Wereldwijd lijden 1,9 miljard mensen aan overgewicht en het aantal aan voeding gerelateerde ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten, neemt toe.
Milieuzonden en klimaatmoordenaars
Industriële monoculturen gaan gepaard met een toenemend gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, dure machines en zeer technische irrigatiesystemen. De gevolgen zijn vernietiging van de biodiversiteit, uitputting van de bodem, verspilling en vergiftiging van water, exploitatie van schaarse hulpbronnen en – niet in de laatste plaats – de uitstoot van broeikasgassen. Vooral de industriële landbouw is een van de belangrijkste oorzaken van klimaatverandering. Bijna een derde van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is toe te schrijven aan het landbouw- en voedselsysteem. Grote hoeveelheden emissies komen vrij door de energie-intensieve productie van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, door de uitstoot van stikstofoxide en methaan uit meststoffen en veeteelt en door de omzetting van bossen en heidevelden in bouwland.
Wereldwijde rechtvaardigheid: nergens te bekennen
De gevolgen van de vernietiging van het milieu en de klimaatcrisis, zoals bodemdegradatie, droogte of overstromingen treffen vooral mensen die in armoede leven. De intensieve veehouderij draagt bovendien bij aan de vernietiging van het milieu en aan wereldwijde onrechtvaardigheid: er zijn enorme hoeveelheden veevoer nodig om vlees te produceren. Om bijvoorbeeld één kilo varkensvlees te produceren, is gemiddeld drie kilo voer nodig . Om de dieren in de Europese intensieve veehouderij te kunnen voeden, zijn we afhankelijk van de import van soja, waarvan een groot deel uit Zuid-Amerika komt. Negentig procent van de wereldwijd geteelde soja wordt gebruikt als veevoer. Op deze manier consumeren wij in Europa indirect land. In veel gevallen worden natuurlijke leefgebieden vernietigd of raken mensen ontheemd.
Landbouwbedrijven maken de regels
Deze structuren worden voornamelijk gecreëerd door politieke besluitvormers en bedrijven in het mondiale noorden, in vaak niet-transparante en slechts beperkt democratische processen. Zij promoten een neoliberaal dereguleringsbeleid met verplichte marktopeningen, waarvan vooral landbouwbedrijven profiteren.
Wereldwijd hebben zich de afgelopen jaren sterke concentratieprocessen in de landbouwsector voorgedaan. Ook in Nederland en Europa zijn de gevolgen merkbaar: er zijn nauwelijks alternatieven voor boodschappen doen in de supermarkt. In Nederland hebben twee supermarktketens 58 procent van de markt in handen en beschikken daarmee over een enorme marktmacht. Daarmee kunnen ze gunstige prijzen en voorwaarden afdwingen bij producenten en leveranciers – ten koste van het milieu en de boeren en arbeiders. Ook in Nederland kunnen steeds minder mensen onder fatsoenlijke omstandigheden boeren. Het aantal landbouwbedrijven neemt snel af: in Nederland is het aantal land- en tuinbouwbedrijven als gevolg van schaalvergroting met sinds 1970 gedaald van circa 175.000 bedrijven naar ongeveer 50.000 in 2024. Die daling is vooral ten koste gegaan van kleinere bedrijven.